MEDEDELINGEN
Aanmelden of meer info bij Annebo Verhoeven / cricketevenementen@v-o-c.nl
Team menu
Spelregels
Elk team bestaat uit 6 of 8 spelers.
Er wordt gespeeld met een zachte bal en plastic bats. Daarom is geen bescherming zoals helms en legguards nodig.
Voor de veiligheid is het wel van belang dat de veldspelers niet te dichtbij de batter (slagman) staan. Immers ook een zachte bal kan nog hard aankomen. De spelleider zal daarop letten.

Bij een Tip & Run wedstrijd heeft ieder team 2 slagbeurten en 2 veldbeurten. Er wordt gespeeld volgens het EBAB-principe(Everybody Bats And Bowls).
Een inning is een slagbeurt van 1 team.
De wedstrijd begint doordat een team (zeg team 1) begint met bowlen (aangooien) en fielden (vangen); dat noemen we de veldpartij, en tegelijkertijd het andere team (zeg team 2) begint met batten (slaan): de slagpartij.
Namens de veldpartij gaat een persoon (de bowler) aangooien (bowlen). Tegelijkertijd komt de eerste batter (slagman) van de slagpartij in het veld om de aangegooide bal weg te slaan.
Deze bowler bowlt 1 over (een over is een serie van 6 speelbare ballen) naar de batter.
Na die 6 ballen is het ”over”, waarna iedereen van de veldpartij kloksgewijs een plekje in het veld doorgedraait, en de volgende persoon van de veldpartij 6 speelbare ballen gaat bowlen. Tevens wordt de batter vervangen door de volgende batter van de slagpartij.
Als uiteindelijk iedereen van de veldpartij 1 over heeft gebowled (en dus ook iedereen van team 2, de slagpartij, heeft gebat) wordt er gewisseld.
Nu gaat team 1 batten en team 2 bowlen.
Als dan ook iedereen aan de beurt is geweest volgt de pauze en na de pauze gaat ieder team nog een keer bowlen en batten.
De bowler moet bowlen, d.w.z. met gestrekte arm ‘gooien’, waarbij hij probeert zodanig te bowlen dat de bal (met een stuiter) het wicket (het blauwe of gele hekje met de 3 rechtopstaande palen) raakt.
Als de bowler het wicket omver bowlt krijgt zijn partij (de veldpartij) er 3 punten bij.

De veldpartij kan ook punten verdienen door vangballen te maken.
Een bal die de batter heeft geslagen gevangen wordt door een speler van de veldpartij (die speler moet in het veld staan, de bal mag de grond niet eerst geraakt hebben).
Dit levert 3 punten op voor de veldpartij.

Run Out en Stumped levert geen punten op voor de veldpartij bij de T&R.

(Run Out: terwijl de batter aan het runnen is, het wicket omgooien,
Stumped: het snel omgooien van het wicket nadat de batsman de bal missloeg en uit zijn vak staat).
Bij T&R levert Run Out geen punten op voor de veldpartij, dit om ervoor te zorgen dat de bowler de tijd neemt om goed te bowlen.
Ook worden geen punten toegekend bij Hit Wicket (de batter slaat per ongeluk zijn eigen wicket omver) en LBW (de batter krijgt de bal tegen zijn benen aan, die anders het wicket zou raken).
Wel zal de spelleider de batter erop attenderen dat dit niet de bedoeling is.
Deze manieren van uitgaan tellen namelijk wel in het gewone cricket, en het is goed om daar vast aan te wennen.
De fieldende partij moet proberen ervoor te zorgen dat de batters zo min mogelijk runs kunnen maken. Dat doen ze door zo snel mogelijk de weggeslagen bal weer terug te bezorgen bij de bowler.
De slagpartij krijgt punten door te “runnen”.
Een volledig gemaakte run levert 1 punt op: een run is volledig als de batsman van zijn eigen wicket naar en rond de pilon rent en dan terug naar zijn beginpositie komt).
De batter mag net zolang heen en weer lopen totdat de bowler de bal heeft, of als de bal het wicket of pilon bij de bowler heeft geraakt.

Een bal telt niet als speelbare bal als hij te wijd of te hoog gaat, niet ver genoeg komt of aan komt rollen, tenzij de batter hem toch nog wegslaat (en dus runt). Een onspeelbare bal wordt opnieuw gebowled.
De spelleider bepaalt of de bal speelbaar is.
De batter probeert zo veel mogelijk runs te maken.
Als de batter de bal raakt, moet hij minstens een keer runnen (vandaar de term Tip & Run).
Het maakt niet uit of de batter om de pilon aan de linker- of rechterkant of allebei runt.
Mocht de bal nog niet terug zijn bij de bowler of wicketkeeper, dan kan de batter proberen nog meer runs te lopen.
De eerste run telt altijd, meerdere runs tellen pas nadat de batter de pilon is gepasseerd.

Indien de bal via de grond uit het veld rolt, telt dit automatisch 4 als runs. Dit geldt als de batter de bal op die manier uit het veld slaat, maar ook als een speler van de fieldende partij per ongeluk de bal uit het veld gooit.
Deze 4 runs hoeven niet daadwerkelijk gelopen te worden.
Als de bal in 1 keer, zonder dat de bal de grond heeft geraakt, door de batter buiten het veld geslagen wordt, telt dat als 6 runs. Ook nu hoeven deze runs niet daadwerkelijk gelopen te worden.
De einduitslag wordt bepaald door het aantal runs dat het team 1 als slagpartij heeft gemaakt op te tellen bij het aantal uitjes dat team 1 als veldpartij heeft gemaakt x 3 (dus alle gebowlde wickets en vangballen; die zijn immers 3 punten waard). Dat totaal wordt uiteraard vergeleken met het totaal dat team 2 heeft gemaakt.
Een overwinning is 2 punten waard. Meestal wordt er ook een wedstrijd worden gespeeld met de wat oudere/betere kinderen, die in een combinatieteam worden geplaatst. De overwinningspunten zullen dan verdeeld worden (dus een combinatieteam van bijv. Australie en Sri Lanka levert 1 punt voor Australie en 1 voor Sri Lanka op).
Uitgangspunt is niet wie er wint, maar dat iedereen actief bezig is en plezier heeft. Dat zal er toe leiden dat wij regelmatig aan de oudere kinderen zullen vragen om rekening te houden met hun jongere mede- en tegenstanders of dat we wat extra ballen gunnen aan degenen die moeite hebben de bal te raken.


