Spelregels

Onderstaande spelregels (en foto) komen van de KNVB-site vandaan.

1. Het speelveld: In tegenstelling tot veldvoetbal wordt zaalvoetbal altijd op een kunstmatige ondergrond gespeeld. De lengte van het veld moet  minimaal 38 en maximaal 42 meter zijn. Voor de breedte geldt een minimum van 20 en een maximum van 25 meter. Het doel – dat vaak kenmerkend voor het zaalvoetbal rood/wit gestreept is – moet in kleur afwijken van de kleur van de vloer.

2. De bal: De bal moet een omtrek hebben van tussen de 62 en 64 cm. (Ook wel ‘bal nummer 4’ genoemd). Bij zaalvoetbal wordt gespeeld met een plofbal; een bal die minder stuitert dan een normale voetbal.

3. Het aantal spelers: Een zaalvoetbalwedstrijd speelt men met twee teams van ieder vijf spelers. Het is toegestaan op ieder moment van de wedstrijd de doelverdediger te wisselen met een veldspeler, zelfs als de bal nog in het spel is.

4. De uitrusting van de spelers: De uitrusting van een zaalvoetbalspeler is nagenoeg gelijk aan die van een veldvoetballer, met het wezenlijke verschil dat zaalvoetballers schoenen dragen zonder noppen. Rugnummers zijn in de hoofdklasse en hoger verplicht.

5. De scheidsrechters: Bij het zaalvoetbal staat de wedstrijd onder leiding van een scheidsrechter. In de 3e klasse en hoger wordt een scheidsrechter door de KNVB aangewezen. In lagere klassen moet het thuisspelende team zelf voor een scheidsrechter zorgen. In de eerste en eredivisie zijn er twee scheidsrechters.

6. De duur van de wedstrijd: Een zaalvoetbalwedstrijd bestaat uit twee gelijke helften van 25 minuten. In de hoogste divisies wordt met zuivere speeltijd gewerkt van 20 minuten per helft.

7. Het begin en de hervatting van het spel: Uit een aftrap kan NIET rechtstreeks worden gescoord; er moet dus overgespeeld zijn.

8. De bal in en uit het spel: Omdat zaalvoetbal vaak gespeeld wordt onder een dak (dit hoeft overigens niet!), zijn er ook regels voor de minimumafstand tot het plafond. Deze afstand is vastgesteld op 4 meter. Als de bal het plafond raakt terwijl deze in het spel was, moet het spel worden hervat met een intrap voor de tegenpartij.

9. Hoe gescoord wordt: Een van de makkelijkste regels in het voetbal, of dat nou op het veld of in zaal wordt gespeeld, is de puntentelling. Als de bal reglementair de lijn passeert, is dat een doelpunt.

10. Buitenspel: Zaalvoetbal kent geen buitenspel.

11. Overtreding en onbehoorlijk gedrag: Een belangrijk verschil met veldvoetbal is de regel dat de doelverdediger aan regels is gebonden als het gaat om het aanraken van de bal op eigen helft*, Verder zijn er naast gele en rode kaarten ook tijdstraffen.

12. Vrije schoppen: Bij zaalvoetbal dient een afstand van 5 meter gehouden te worden bij vrije schoppen.

13.De strafschop: De strafschopstip ligt 6 meter van de doellijn.

14.De intrap: Als de bal buiten de lijnen is, hervat men het spel met een intrap.

15. De doelworp: De doelworp moet geworpen worden buiten het strafschopgebied.

16. De hoekschop: Als de hoekschop niet binnen 4 seconden is genomen, wordt een doelworp toegekend aan het andere team.

* Een doelverdediger mag de bal niet raken op de eigen speelhelft in de volgende omstandigheden:

  • Indien hij nadat hij de bal heeft weggespeeld, opnieuw de bal raakt nadat de bal met opzet door een medespeler naar hem toe wordt getrapt, terwijl de bal nog niet is gespeeld, of aangeraakt door een tegenstander. Onder weggespeeld wordt verstaan het gecontroleerd wegspelen van de bal naar een medespeler, dus niet als de bal per ongeluk wegstuit naar een medespeler bij bijvoorbeeld een redding;
  • Indien hij de bal raakt met zijn hand(en) binnen zijn eigen strafschopgebied als deze door een medespeler met opzet naar hem toe wordt getrapt;
  • Indien hij de bal raakt met zijn hand(en) binnen het eigen strafschopgebied als de bal rechtstreeks door een medespeler uit een intrap naar hem toe wordt getrapt. De keeper mag hem dus wel met de voet aannemen;
  • Indien hij de bal in bezit heeft op de eigen speelhelft gedurende meer dan 4 seconden.

Een uitgebreide handleiding kun je vinden op “Handleiding Scheidsrechters Zaalvoetbal“.